donderdag 23 juni 2011

Ik zal je nooit vergeten

Net door de politie thuis gebracht, door Marc en John. In de trein beroofd, iphone weg.

Het dringt toch nog niet door en ik denk alleen aan het moment en vraag me af: had ik dat kunnen voorkomen?

De jongen, met zwarte lerenjas, zwarte broek en zeer kort haar, had een expressief gezicht met een doordringende blik, pikzwarte wenkbrauwen en een duidelijk accent: Marokkaanse.

Op het centraal station van Utrecht was ik net klaar met een telefonisch gesprek met mijn zusje over de afspraak die we morgen hebben: de komst van het andere zusje, over hoe laat, waar en zo voort.

De intercity trein van 23.40 naar Amsterdam (met de eindbestemming Den Helder) kwam aan en ik stapte in en liep gelijk naar de bovencoupé. Nog niet gezeten werd ik aangesproken door een jongen van rond 25 jaar aan:
‘Mevrouw! De achterkant van uw jas is vies, ook uw broek. Hij kwam dichterbij staan en ik keek hem streng aan. ‘Ik bedoel niets verkeerds. Ik wilde alleen maar helpen.’
Ik zette mijn tas en cameratas neer en voor de zekerheid deed ik mijn jas uit en keek naar de achterkant. Ja, hoor. Iemand had erop gespuugd. Ik keek verontwaardigd: ‘Wie doet zoiets in godsnaam?!!’
De jongen haalde meelevend haar schouders op en schudde zijn hoofd. In mijn tas begon ik naar een stukje papier, doekje of zoiets te zoeken, maar vond niets. De jongen stond op en overhandigd me een paar tissues. Ik veegde met ontzetting het spuug weg en keek op. De jongen was verdwenen. Het voelde raar: Hij was toch net hier! En keek vol meeleven toe….!!!
Opeens drong iets tot me door, ik keek snel in mijn cameratas, de camera is er nog, in mijn tas, mijn portemonnee is er nog. Ik keek om me heen en vroeg me af: wat het zou zijn? Waarom voelt het toch niet goed! En toen wist ik het. Ik doorzocht mijn jaszak: Weg was de iphone.  Alles gebeurde in minder dan één minuut!

Ik pakte meteen mijn spullen en rende naar de voorkant van de trein, naar de machinist. Paniekerig stampte ik op de deur. Hij deed gelijk open en ik vertelde het verhaal met vier woorden: mijn iphone is gestolen! Hij liet me binnen, belde zijn collega en de politie.
Op het station Amsterdam-Amstel stond de politie al paraad. De hele trein werd een paar keer samen met mij en zonder mij geïnspecteerd, tevergeefs.
Mijn enige hoop hem terug te vinden in de trein, waaide gelijk weg. Hij was vast en zeker voor het vertrek van de trein uitgestapt in Utrecht of hebben de dieven tegenwoordig een geheime schuilplek in de trein?

Daar stond ik dan met mijn sterke geheugen! Blank als een wit laken. Ik kon me geen telefoonnummer herinneren, noch dat van mijn zus noch van mijn vriend (en). Alleen zijn gezicht met die doordringende blik, pikzwarte wenkbrauwen en zijn kalm uitgesproken woorden flitsten steeds voorbij. Ik zal hem nooit vergeten!

Ik heb hem een bericht gestuurd: ‘Breng alsjeblief mijn iphone terug naar het dichtstbijzijnde politiebureau. Je hebt er echt niets aan, maar ik wel. Als jij wist dat ik een jaar lang had gespaard voor dit iphone!’

Op de iphone van een politieman heb ik mijn telefoon gelijk vergrendeld en ietsje later op het bureau van de spoorpolitie in Amsterdam CS, mijn nummer geblokkeerd. Alle politieagenten hebben ontzettend geholpen en hun best gedaan. Maar Marc en John (hoop dat ik hun namen goed heb geschreven) waren geweldig. Ze probeerden me te troosten, luisterden geduldig naar mijn herhaalde versie van het gebeuren, ontstaan uit schrik, woede of wat dan ook, en moedigden me aan achter proberen te komen of ik de toestel terug kan krijgen bij mijn verzekering. Ze brachten me naar huis en wensten me ondanks alles een goede nachtrust. Ik bedank hen voor de bijzondere mensen die ze zijn.

Mijn iphone is weg en ik betreur dat heel erg, maar ik ben gelukkig veilig thuis en dat is veel meer waard dan een toestel.

Trouwens, over en paar uur komt mijn andere zusje aan die ik al zes jaar niet heb gezien, dus alle reden om vrolijk te zijn. En niets kan deze vreugde van me afpakken.



zondag 19 juni 2011

Voor vaders die er niet zijn

 
 Van Rutger Kopland
                                                             
 (Zonder titel)

Vader, ik zie je gezicht weer, jaren
na je dood -bijna een schaduw
in deze ruimte, een schaduw
wit van de hitte -eenzame
steen in de hemel, de zee.

Een romeins veldherenhoofd, kapot
geslagen neus, opengereten mond,
lege oogkassen omhoog naar
de zon, in een woestijn.
 
Bijna een schreeuw nog om
deze dood.
 
Vader, je gezicht daar, zo’n
eiland waar nooit iemand
heeft gewoond, waar
nooit iemand komt.

donderdag 9 juni 2011

Geluk zoeken in Koerdistan.mov



In Iraaks Koerdistan schijnt de zon bijna elke dag. En als ze niet schijnt, is het toch altijd warm. Soms weet ik niet of de grijze wolken die de zon bedekken gewone wolken zijn, zwanger van regendruppels, of stof dat gestaag over de stad trekt. Wandelend door de straten van grote steden als Erbil, Suleimaniya of Kirkuk zie ik snelle groei en duidelijk zichtbare vooruitgang. Hoge gebouwen verrijzen als paddenstoelen uit de grond en reclameborden over alles en nog wat versieren het aangezicht van de stad. Er is geld; en r is het verlangen naar vernieuwing en naar een moderne samenleving naar westerse maatstaven. De welvaart straalt vanuit ieder hoekje van Koerdistan waar het mekka is geworden voor werkzoekende arbeiders uit nabije landen maar ook voor jonge gelukszoekers van ver weg.....
lees verder op:
http://www.expontomagazine.nl/rubrieken/reportages/1736-geluk-zoeken-in-koerdistan.html

dinsdag 7 juni 2011

Zonder mij



Mijn fiets is gestolen misschien 
is hij weggelopen voelde hij zich 
verwaarloosd of verraden door 
mijn smachtende blik naar een 
andere fiets Wist hij dat ik pas 

over hem pronkte dat hij trouw 
is nooit piekert zeurt en mij 
bijstaat dat hij nooit zoekraakt 
zich vergist of verdwaalt

Voelde hij zich verlaten of wilde 
hij speciale aandacht een knuffel 
of een dikke kus Misschien is hij 
gevlucht naar een betere stad een 
betere baas of ontvoerd door de 

vijand misschien is hij alleen bij 
een vriend op bezoek Vorig week 
remblokjes vernieuwd een pleister 
op zijn gekneusde kettingkast

geplakt over zijn zadel geaaid 
Misschien was dat allemaal niet 
genoeg dat hij te moe was van 
hetzelfde en toe aan iets nieuws
liet zich stelen voor de kick dat 

hij ook smachtte naar een andere 
fiets andere straat ander hek of niets 
Misschien is hij dood het moet haast 
hij zei dat het zonder mij niet gaat.


                                                         Nafiss Nia, 2011