maandag 13 december 2010

Perzische poëzie: Een mooi geschenk voor de kerst


Stegen van Stilte
100 jaar moderne Perzische poëzie
Levertijd:3 tot 5 werkdagen
Prijs:€ 24,50 + 2,80 (verzendkosten)
Bindwijze:Boek, Paperback (2007)
Genre:

Bestelling:   
Poëzie

nafissnia@gmail.com


‘Perzisch is suiker’ is een gevleugelde uitdrukking waarmee Iraniërs de grote liefde voor hun eeuwenoude taal weergeven. 
                                                                                  


Poëzie is in Iran nog steeds aanwezig in het dagelijks leven en wordt beschouwd als een gerespecteerde vorm van wijsheid.In het begin van de twintigste eeuw kwam in Perzië de modernisering van de maatschappij op gang en zochten ook dichters naar vernieuwing. Veel experimenterende dichters gebruikten eerst nog klassieke vormen, maar ze ontdekten al snel nieuwe mogelijkheden. Inmiddels hebben ook de klassiek geworden moderne dichters als Ahmad Shamlou, Forough Farrokhzad en Sohrab Sepehri een grote naam in Iran. En een generatie talentvolle jonge dichters laat van zich horen.Stegen van stilte laat de rijke verscheidenheid van de moderne Perzische poëzie van de laatste honderd jaar zien. In de inleiding volgen de samenstellers de ontwikkeling van de eerste voorzichtige pogingen los te komen van de traditie tot en met de hoogtepunten van de moderne poëzie. Verder is er aandacht voor het literaire klimaat in Iran. Van alle dichters wordt een korte biografische schets gegeven en enkele van de meest kenmerkende gedichten. Op de bijgevoegde cd lezen twee dichters voor uit eigen werk.




vrijdag 10 december 2010

Protest tegen het evenement 'De langste dag'

Dit gedicht is een toegepaste variatie op het welbekende Facebookfenomeen, maar vooral mijn protest tegen de keuze voor de dichters op het poezie-evenement 'De langste dag' georganiseerd door DBNL. 


Je haalt je groente bij de Marokkaan,
Je pizza bij de Italiaan
Je brood bij de Turk
Je tzatziki bij de Griek
Je bami goreng bij de Chinees
Je suiker bij de Braziliaan
Je guacamole bij de Mexicaan

Je koffie is Afrikaans
Je thee Pakistaans
Je bier Duits
Je wodka Russisch
Je whisky Schots
Je wijn Spaans
Je champagne Frans

Je haalt je linnengoed bij de Indiaan
Je sigaar bij de Cubaan
Je rijst bij de Thai
Je tango bij de Argentijn 
Je fado bij de Portugees
Je diamand bij de Zuid-Afrikaan
Je cocaïne bij de Colombiaan  

Je slam is Amerikaans  
Je haiku Japans
Je drama Engels
Je dadaïsme Zwitsers
Je monologue intérieur Frans
Je kwatrijn Iraans
Je taal Vlaams
En je kiest voor je poëziefeest alleen Nederlands?        

woensdag 24 november 2010

Chirurg zonder grenzen

PDFAfdrukkenE-mail

Op 28 september 1994 om tien vóór half elf kwam hij aan in Nederland, zo precies weet hij dat. Geëvacueerd door de Amerikanen had dokter Sivro geen andere keus dan zijn moederland te ontvluchten. Het was een keuze tussen leven en dood. Sivro had zich al in Bosnië gespecialiseerd op twee gebieden, trauma chirurgie en anesthesiologie. In Nederland werkt hij nu al meer dan tien jaar als traumachirurg aan het Flevoziekenhuis in Almere. Ik spreek hem in een van de onderzoekkamers terwijl ....

Lees verder het artikel op EX Ponto magazine.



zaterdag 6 november 2010

en nu in het geheel

Vandaag waait de wind met mij mee


Toen je geboren werd en zei dag, begon
de dag dat ik dacht dat
ik geboren zal voor jou....

Toen je de eerste keer lachte, lichtte
de nacht en Ik dacht dat
ik dat ook wou

Toen je door groen naar mij oogde, zuchtte
ik zacht en ik dacht dat
ik zeker van je hou



vrijdag 5 november 2010

donderdag 4 november 2010

Gravity

Vanochtend toen ik naar mijn werk fietste,
was het zo'n aangenaam weer. De regendruppels
versierden af en toe de lucht. Het waaide
soms wel hard. Een keer ben ik bijna
met de wind mee gewaaid. Het lukte niet
helemaal. ik ben gevallen en vloekte
menens de zwaartekracht.

maandag 1 november 2010

Poëzievoordracht op BabelFestival


Op 7, 11 en 12 november draag ik gedichten voor tijdens BABEL FESTIVAL (Nieuw Amsterdams festival voor hedendaags muziektheater.)

Op zondag is het in de middag om 15.00 en op donderdag & vrijdag in de avond. Zie hieronder meer info.

Ik zie jullie graag op een van de evenementen.

Lieve groet,
Nafiss


Zondag 7 nov. Om 15.00 uur  
Locatie: Ostadetheater  
Van Ostadestraat 233d 
1073 TN Amsterdam 
Telefoon: 020 671 24 17 



Do 11 & Vrij 12 Nov, 20.00 uur 
A STRANGER TO MYSELF
 
Locatie: Openbare bibliotheek Cinetol 
Tolstraat 160 1074 VM AMSTERDAM.
Telefoon. 020-6623184

Op donderdag 11 en vrijdag 12 november is er tussen de voorstellingen A stranger to myself en Gesprekken van een ziel een wandeling naar het Ostadetheater. 
Onderweg brengen dichters (onder andere ik) hun gedichten ten gehore.
 


Do 11 & Vrij 12 Nov, 21u30
GESPREKKEN VAN EEN ZIEL 
Locatie: Ostadetheater  
Van Ostadestraat 233d 
1073 TN Amsterdam 
Telefoon: 020 671 24 17 



woensdag 6 oktober 2010

Inburgeringscurse - Deel 3: Dutch Customs

Inburgeringscurse - Deel 2 - Dutch History

Inburgeringscurse - Deel 1 De Household Rules

Op deze doodlopende weg


Aan je mond ruiken ze
of je misschien had gezegd ik hou van je
aan je hart ruiken ze
een vreemde tijd is het, lief
en de liefde
zwepen ze
naast de slagboom.

Verberg de liefde in de achterkamer


Op deze kronkelende, doodlopende weg in de kou
wakkeren ze
het vuur aan
met liederen en gedichten.

Waag het niet na te denken
een vreemde tijd is het, lief
degene die ’s nachts aanklopt
komt om de lamp te doden.

Verberg het licht in de achterkamer


Daar staan de slagers
op de kruispunten
met bloederige bijl en blok
een vreemde tijd is het, lief
de glimlach snijden ze van de lippen
en het lied van de mond.

Verberg het verlangen in de achterkamer


De gegrilde kanarie
op het vuur van lelie en jasmijn
                                   een vreemde tijd is het, lief
de duivel in zijn overwinningsroes
viert onze rouw aan tafel.

Verberg god in de achterkamer

 

Van Iraanse dichter Ahmad Shamlou vertaald door Nafiss Nia & Ronald Bos uit 'Stegen van stilte', een keuze uit honderd jaar moderne Perzische poëzie. 



donderdag 30 september 2010

Vandaag



De hele dag is avond geweest en de zon is de strijd allang verloren.







donderdag 23 september 2010

ترانه کویر دل از مرجان

Woestijn van hart


Een stem uit het verleden: Marjan en het lied: 'Woestijn van hart'

Vroeger hield ik zo van dit lied, maar wist niet wie het gezongen heeft. Ik was toen erg jong. Een jaar na de overwinning van Iraanse revolutie en tegelijk een jaar na de dood van mijn broer. Ik heb zijn begrafenis niet mee mogen maken. Ik moest me toen voorbereiden voor het toelatingsexamen van de middelbare school. Mijn ouders waren bang dat ik het door de schok en het verdriet niet zou halen, daarom hadden ze mij te logeren gestuurd bij verre kennissen totdat alles voorbij was, in mijn ogen een misdaad! Want het verdriet om hem draag ik nog steeds bij me en dit lied van wie me de zangeres toen onbekend was, werd mijn houvast!

Nu luister ik er regelmatig naar, en weer om het verlies van een andere dierbare te verlichten van wie ik opnieuw geen afscheid mocht nemen, mijn vader:

Je bent weg en zonder jou
is mijn hart vervuld van pijn












zondag 12 september 2010

Quote of the day







* Never make someone a priority in your life , who keeps you as an option in his...





Ibm

Ik ben moe

Ik ben moe

Ik ben moe

Ik ben moe

Ik ben moe

Ik ben moe

Ik ben moe

Ik ben moe

Ik ben moe

Ik ben moe

Ik ben moe

Ik ben moe

ben moe

ben moe ben moeben moeben moeben moeben moeben moeben moeben moeben moeben moeben moeben moeben moeben moeben moeben moeben moeben moeben moeben moeben moeben moeben moeben moeben moeben moeben moeben moeben moeben moeben moeben moemoemoemoemoemoemoemoemoemoemoemoemoemoemoemoemoemoemoemoemoemoemoemoemoemoeoeoeoeoeoeoeoeoeoeoeoeoeoeoeoeoeoeoeoeoeoeoeoeoeoeoeoeoeoeoeoeoeoeoeoeoeoeoeoeoeoeoeoeoeoeoeoeoeoeoeoeoeoeoeoeoeoeoeoeoeoeoeoeoeoeoeoeoeoeoeoeoeoeoeoeoeoeoeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeee

vrijdag 10 september 2010

Heimwee naar een ongezien moederland

Neda: de stem van IraniërsPDFAfdrukkenE-mail

Ze zijn jong, mooi en ambitieus, maar daarenboven vastberaden, gemotiveerd en passievol voor de mensenrechtensituatie in Iran. De gezusters Ghahremani bekommeren zich nu meer dan ooit over het lot van Iraniërs in Iran. Ze kennen Iran niet persoonlijk, maar de liefde voor hun moederland is hen ...





Lees verder op ex Ponto Magazine













woensdag 8 september 2010

Fidel to Ahmadinejad: 'Stop Slandering the Jews' - International - The Atlantic


Fidel to Ahmadinejad: 'Stop Slandering the Jews'

SEP 7 2010, 12:06 PM ET

(This is Part I of a report on my recent visit to Havana. I hope to post Part II tomorrow. And I also hope to be publishing a more comprehensive article about this subject in a forthcoming print edition of The Atlantic.)

A couple of weeks ago, while I was on vacation, my cell phone rang; it was Jorge Bolanos, the head of the Cuban Interest Section (we of course don't have diplomatic relations with Cuba) in Washington. "I have a message for you from Fidel," he said. This made me sit up straight. "He has read your Atlantic article about Iran and Israel. He invites you to Havana on Sunday to discuss the article." I am always eager, of course, to interact with readers of The Atlantic, so I called a friend at the Council on Foreign Relations, Julia Sweig, who is a preeminent expert on Cuba and Latin America: "Road trip," I said.

I quickly departed the People's Republic of Martha's Vineyard for Fidel's more tropical socialist island paradise. Despite the self-defeating American ban on travel to Cuba, both Julia and I, as journalists and researchers, qualified for a State Department exemption. The charter flight from Miami was bursting with Cuban-Americans carrying flat-screen televisions and computers for their technologically-bereft families. Fifty minutes after take-off, we arrived at the mostly-empty Jose Marti International Airport. Fidel's people met us on the tarmac (despite giving up his formal role as commandante en jefe after falling ill several years ago, Fidel still has many people). We were soon deposited at a "protocol house" in a government compound whose architecture reminded me of the gated communities of Boca Raton. The only other guest in this vast enclosure was the president of Guinea-Bissau.

I was aware that Castro had become preoccupied with the threat of a military confrontation in the Middle East between Iran and the U.S. (and Israel, the country he calls its Middle East "gendarme"). Since emerging from his medically induced, four-year purdah early this summer (various gastrointestinal maladies had combined to nearly kill him), the 84-year-old Castro has spoken mainly about the catastrophic threat of what he sees as an inevitable war.

I was curious to know why he saw conflict as unavoidable, and I wondered, of course, if personal experience - the Cuban missile crisis of 1962 that nearly caused the annihilation of most of humanity - informed his belief that a conflict between America and Iran would escalate into nuclear war. I was even more curious, however, to get a glimpse of the great man. Few people had seen him since he fell ill in 2006, and the state of his health has been a subject of much speculation. There were questions, too, about the role he plays now in governing Cuba; he formally handed off power to his younger brother, Raul, two years ago, but it was not clear how many strings Fidel still pulled.

The morning after our arrival in Havana, Julia and I were driven to a nearby convention center, and escorted upstairs, to a large and spare office. A frail and aged Fidel stood to greet us. He was wearing a red shirt, sweatpants, and black New Balance sneakers. The room was crowded with officials and family: His wife, Dalia, and son Antonio, as well as an Interior Ministry general, a translator, a doctor and several bodyguards, all of whom appeared to have been recruited from the Cuban national wrestling team. Two of these bodyguards held Castro at the elbow.

We shook hands, and he greeted Julia warmly; they have known each other for more than twenty years. Fidel lowered himself gently into his seat, and we began a conversation that would continue, in fits and starts, for three days. His body may be frail, but his mind is acute, his energy level is high, and not only that: the late-stage Fidel Castro turns out to possess something of a self-deprecating sense of humor. When I asked him, over lunch, to answer what I've come to think of as the Christopher Hitchens question - has your illness caused you to change your mind about the existence of God? - he answered, "Sorry, I'm still a dialectical materialist." (This is funnier if you are, like me, an ex-self-defined socialist.) At another point, he showed us a series of recent photographs taken of him, one of which portrayed him with a fierce expression. "This was how my face looked when I was angry with Khruschev," he said.

Castro opened our initial meeting by telling me that he read the recent Atlantic article carefully, and that it confirmed his view that Israel and America were moving precipitously and gratuitously toward confrontation with Iran. This interpretation was not surprising, of course: Castro is the grandfather of global anti-Americanism, and he has been a severe critic of Israel. His message to Benjamin Netanyahu, the Israeli prime minister, he said, was simple: Israel will only have security if it gives up its nuclear arsenal, and the rest of the world's nuclear powers will only have security if they, too, give up their weapons. Global and simultaneous nuclear disarmament is, of course, a worthy goal, but it is not, in the short term, realistic.

Castro's message to Mahmoud Ahmadinejad, the President of Iran, was not so abstract, however. Over the course of this first, five-hour discussion, Castro repeatedly returned to his excoriation of anti-Semitism. He criticized Ahmadinejad for denying the Holocaust and explained why the Iranian government would better serve the cause of peace by acknowledging the "unique" history of anti-Semitism and trying to understand why Israelis fear for their existence.

He began this discussion by describing his own, first encounters with anti-Semitism, as a small boy. "I remember when I was a boy - a long time ago - when I was five or six years old and I lived in the countryside," he said, "and I remember Good Friday. What was the atmosphere a child breathed? `Be quiet, God is dead.' God died every year between Thursday and Saturday of Holy Week, and it made a profound impression on everyone. What happened? They would say, `The Jews killed God.' They blamed the Jews for killing God! Do you realize this?"

He went on, "Well, I didn't know what a Jew was. I knew of a bird that was a called a 'Jew,' and so for me the Jews were those birds. These birds had big noses. I don't even know why they were called that. That's what I remember. This is how ignorant the entire population was."

He said the Iranian government should understand the consequences of theological anti-Semitism. "This went on for maybe two thousand years," he said. "I don't think anyone has been slandered more than the Jews. I would say much more than the Muslims. They have been slandered much more than the Muslims because they are blamed and slandered for everything. No one blames the Muslims for anything." The Iranian government should understand that the Jews "were expelled from their land, persecuted and mistreated all over the world, as the ones who killed God. In my judgment here's what happened to them: Reverse selection. What's reverse selection? Over 2,000 years they were subjected to terrible persecution and then to the pogroms. One might have assumed that they would have disappeared; I think their culture and religion kept them together as a nation." He continued: "The Jews have lived an existence that is much harder than ours. There is nothing that compares to the Holocaust." I asked him if he would tell Ahmadinejad what he was telling me. "I am saying this so you can communicate it," he answered.

Castro went on to analyze the conflict between Israel and Iran. He said he understood Iranian fears of Israeli-American aggression and he added that, in his view, American sanctions and Israeli threats will not dissuade the Iranian leadership from pursuing nuclear weapons. "This problem is not going to get resolved, because the Iranians are not going to back down in the face of threats. That's my opinion," he said. He then noted that, unlike Cuba, Iran is a "profoundly religious country," and he said that religious leaders are less apt to compromise. He noted that even secular Cuba has resisted various American demands over the past 50 years.

We returned repeatedly in this first conversation to Castro's fear that a confrontation between the West and Iran could escalate into a nuclear conflict. "The Iranian capacity to inflict damage is not appreciated," he said. "Men think they can control themselves but Obama could overreact and a gradual escalation could become a nuclear war." I asked him if this fear was informed by his own experiences during the 1962 missile crisis, when the Soviet Union and the U.S. nearly went to war other over the presence of nuclear-tipped missiles in Cuba (missiles installed at the invitation, of course, of Fidel Castro). I mentioned to Castro the letter he wrote to Khruschev, the Soviet premier, at the height of the crisis, in which he recommended that the Soviets consider launching a nuclear strike against the U.S. if the Americans attack Cuba. "That would be the time to think about liquidating such a danger forever through a legal right of self-defense," Castro wrote at the time.

I asked him, "At a certain point it seemed logical for you to recommend that the Soviets bomb the U.S. Does what you recommended still seem logical now?" He answered: "After I've seen what I've seen, and knowing what I know now, it wasn't worth it all."

I was surprised to hear Castro express such doubts about his own behavior in the missile crisis - and I was, I admit, also surprised to hear him express such sympathy for Jews, and for Israel's right to exist (which he endorsed unequivocally).

After this first meeting, I asked Julia to explain the meaning of Castro's invitation to me, and of his message to Ahmadinejad. "Fidel is at an early stage of reinventing himself as a senior statesman, not as head of state, on the domestic stage, but primarily on the international stage, which has always been a priority for him," she said. "Matters of war, peace and international security are a central focus: Nuclear proliferation climate change, these are the major issues for him, and he's really just getting started, using any potential media platform to communicate his views. He has time on his hands now that he didn't expect to have. And he's revisiting history, and revisiting his own history."

There is a great deal more to report from this conversation, and from subsequent conversations, which I will do in posts to follow. But I will begin the next post on this subject by describing one of the stranger days I have experienced, a day which began with a simple question from Fidel: "Would you like to go to the aquarium with me to see the dolphin show?"


Fidel to Ahmadinejad: 'Stop Slandering the Jews' - International - The Atlantic

Zorg dat ze niet komen

Als ze komen, komen ze samen. Geen één die wegblijft. Verwonderd ben ik iedere keer door hun saamhorigheid en ik wou dat ik dat had, met mezelf en met anderen. Ze komen af en toe één voor één maar uiteindelijk komen ze allemaal en klampen ze zich gezamenlijk vast aan je vreugde alsof ze dat van tevoren hadden afgesproken, alsof de één verloren gaat zonder de ander, alsof hun identiteit slechts voort bestaat in hun samenzijn en hun samenzijn vormt de eenheid, hun geluk. We zijn bang voor deze eenheid, voor hun vreugde en voor hun geluk dat ons alleen windeieren legt. Ze beroven ons van het geluk en de vreugde, langzaam en zachtjes alsof dat zo voorbestemd is.

Ze komen samen en ze gaan weer samen weg. Dat is goed nieuws. Alleen weet je nooit wanneer dat gebeurt. Bij Van Gogh bleven ze lang tot zijn dood en toen ze weggingen was het voor hem te laat wel voor velen juist tijdig.
Er is niemand en ik wed mijn leven erop dat er werkelijk niemand is die geen bezoek van hen heeft gehad. Ze bezoeken graag onze wereld, ze mogen mensen, de één misschien, nee zeker, meer dan de ander, maar ze zijn trouwe bezoekers. Je kan jaren lang alleen zijn, zonder vrienden, kennissen, zonder contact met je familie, maar een bezoek van hen staat zondermeer op de agenda. Je kan ook veel  vrienden en kennissen hebben en een goed contact met je familie, toch komen ze langs bij je, onverwacht, zonder aan te kloppen. Trouw aan hun plicht, gepassioneerd door hun levenstaak. Ze houden er niet van als je hun bezoek niet voelt, omdat het licht aan staat. Dan komen ze uit een andere hoek en ze slaan keihard terug zodat je hen wel kan voelen. Wellicht blijven ze weg wanneer je goed beschermd bent, wanneer iemand, al onzichtbaar, achter je staat en af en toe een hand tegen je schouder houdt.  

En als die hand er niet meer is, stompen ze harder. Hun genot heviger. Ik heb ze op bezoek nu en ik mis die hand op mijn schouder, al onzichtbaar.   

woensdag 1 september 2010

Father



سیاه میپوشم، نه برای او که به نور پیوسته است، برای خودم که خورشید را از دست داده‌ام




I wear black, not for him because he joined the light, 

 for myself because I lost the sun.






Hard to say goodbye

woensdag 25 augustus 2010

Seks in Koerdistan deel 3

‘Een gescheiden vrouw is een cadeautje, een getrouwde vrouw een geschenk uit de hemel,’ zei de jonge taxichauffeur die me na een lange vermoeide dag naar huis bracht. Ik had hem gevraagd of hij een vriendin heeft en of hij vrijelijk met haar kan omgaan. Hij vertelde tijdens onze korte rit dat hij geen vriendin of verloofde had en hij was ook nog lang niet van plan om te gaan trouwen. Hij had wel een actief seksleven, maar vooral met getrouwde vrouwen. Mijn wenkbrauwen gingen vanzelf omhoog toen ik dat hoorde. ‘Getrouwde vrouwen? Bedoel je vrouwen die ooit getrouwd zijn geweest? Gescheiden dus?’
‘Neeee,’  zei hij, en hij keek me aan alsof ik een regelrechte dombo was. ‘Van gescheiden vrouwen heb je meer last dan plezier. Ze zijn nog ....' 

.... (lees meer op Ex Ponto Magazine)