zondag 28 september 2008

Afghanistan 6

Ik geloof heilig in onbewuste daden. Gisteren hoorde ik van de woordvoerder van de journalistenvereniging in Bamin dat de deelnemers aan mijn cursus het erg bijzonder vonden dat ik geen slok water, geen hap eten of zelfs geen kauwgom heb genuttigd tijdens de workshop en in bijzijn van hen terwijl ik niet aan Ramadan en vasten deed. Ik moet bekennen dat ik er geen moment stil bij was gestaan. Ik deed dat gewoon niet. Natuurlijk wist ik van binnen dat het niet fatsoenlijk is om iets te eten in bijzijn van mensen die vasten, maar het was geen plan. Toch ben ik blij dat mijn onbewustheid vaak mij te hulp schiet.
Ik zal Bamian erg missen. Deze stad heeft mijn hart gestolen. Zijn mensen, zon, bergen, zijn aardappelvelden, zijn stoffige stegen, de verlegen glimlacht van zijn vrouwen, de schittering van hoop in de ogen van zijn kinderen, alles heeft mijn hart gestolen. Iedere ochtend begint mijn dag met een panoramabeeld van lege plaatsen van Boeddhabeelden geleund tegen de prachtige bergen. Het is een onvergetelijk beeld. Het is zo buitengewoon dat ik soms denk dat ik er slechts van droom. Spoedig moet ik afscheid nemen van deze stad. Maar ik weet zeker dat ik terugkom. Vroeg of laat kom ik terug en hopelijk zijn de wegen niet meer stoffig, hoeven de jonge meisjes geen kilometers af te leggen voor een vat water, moeten studenten niet anderhalf uur lopen naar universiteit. Hopelijk is er warmwater iedere dag en hoeven de meeste bewoners hun avond niet in het donker en hooguit onder het schaarse licht van een kaars door te brengen.
Bamian is aan het groeien, maar de veranderingen gebeuren niet op een avond.

woensdag 24 september 2008

Afghanistan 5




Ze zijn blootsvoets en zitten meestal onder een laag stof, maar de snoezigste kinderen zie ik dagelijks in Bamian. Ze kijken je dan met een brede lach en grote bruine ogen aan en willen weten hoe je heet. Dat heb ik ook. Ik wil altijd eerst weten hoe iemand, of een pas geboren baby heet. Het kan me echt niet schelen wat het geslacht van de baby is, maar de naam is heel belangrijk voor me.
‘Hoe heet je?’Vraag ik dan aan een van de meisjes die met mij op de foto willen. ‘Arezou,’antwoordt ze. ‘en je zus?’ Wil ik weten. ‘Ze heet Yalda, maar ze is mijn zus niet. Ze is mijn buurmeisje,’ zegt ze en glimlacht naar het meisje dat naast haar staat, ook op het gekke idee van mij hen als zussen gezien te hebben. Ze wil op haar beurt weten hoe ik heet. Ik zeg mijn naam op. ‘Mooi naam heb je,’zegt ze. ‘Mooie ogen heb jij,’antwoord ik. Haar diep bruine ogen lachen eerder dan haar mond. Ze zit op groep 8 en is de beste van de klas. Ze was bezig blikkenwater naar haar huis te sjouwen toen ik haar tegenkwam. De blikken zijn zwaar en het water dat daaruit pletst is erg koud. Ik kijk naar haar kleine handen en vraag of ik haar kan helpen met sjouwen. Het sjouwen vindt ze niet erg. Onder weg kan ze spelen, met haar vriendinnetjes kletsen en alles en nog wat zien.
De koude wind komt langzaam aanzetten. Ik vraag me af of Arezou het steeds leuk zou vinden het water te sjouwen als straks de grond bekleed wordt met een meter sneeuw!

maandag 22 september 2008

Afghanistan 4


Ik word dagelijks gevraagd of ik getrouwd ben en of ik kinderen heb. Ik wil eerlijk zijn en oprecht, maar moet zeker denken aan de normen en waarden van hier. Dus ik deed bij aankomst een zogenaamde trouwring om (die ik voor vijf euro op AlberCuypmarkt had gekocht) en zei dat ik getrouwd ben. Over kinderen ga ik niet liegen want een moeder die haar kinderen voor twee weken achterlaat is nog erger dan een kinderloze vrouw.

Gisterenavond kwamen de meisjes van mijn cursus op mijn uitnodiging bij mij eten in het hotel waar ik verblijf. Een van de meisjes kon niet mee, dus ze waren er met z’n vieren. Drie van hen zijn in Iran geboren, de vierde had 20 jaar in Iran gewoond. Ik wilde hen beter leren kennen. Het is lastig overdag met mensen af te spreken. Het is ramadan en een leuk gesprek zonder een kopje thee of een schaal fruit lijkt me kleurloos. Daarom maakten we in de avond een afspraak.
Sakineh heeft filosofie gestudeerd in Iran, Maryam Perzische literatuur en Hasibeh geschiedenis. Marziyeh haalde haar middelbare schooldiploma en moest gelijk daarna naar Afghanistan terugkeren. Ieder van hen heeft geruime tijd in Iran gewoond, maar had nooit Iraanse nationaliteit mogen krijgen en daarom geen gelijke rechten als een Iraniër. ‘Overal in de wereld krijg je na zoveel jaar in een land te hebben gewoond, een officiële verblijfsvergunning en vervolgens een paspoort. In Iran geldt deze regel helemaal niet,’ zei Sakineh. ‘ Dat gold alleen voor ons, Afghaanse migranten, want ik kan me niet voorstellen dat het zelfde was voor de andere buitenlanders,’ voegde Hasibeh eraan toe. Alle vier beaamde dat. Ik zei dat ik niet voor niets in een ander land woon. Maar dat verminderde mijn gevoel van opgelatenheid niet.

zondag 21 september 2008

Bamian foto


















Op deze foto's berust copyright



Afghanistan 3




Ik begrijp niet waarom de machthebbers een angstjagend beeld willen neerzetten van Afghanistan. Natuurlijk is in Afghanistan niet overal veilig, maar de Afghanen leven gewoon door zoals mensen in de andere delen van de wereld. Zelfs in het gevaarlijke en onveilige zuiden van Afghanistan, zoals Kandehaar, blijven mensen nog wonen en doorleven. Kandehaar waar de Taliban-aanhangers zich veelal in bevinden, is nummer één gevaarzone in Afghanistan. Ik hoor wel de meest afschuwelijke dingen over deze stad waar Makhmalbaf, Iraanse filmmaker, een prachtige film over maakte, maar het feit dat de stad nog vol mensen is, zegt iets over het beeld dat de wapenhandelaars en opportunisten van Afghanistan schetsen.

In Kabul probeerde een ex-militaire en de huidige directeur van een veiligheidsbedrijf met getrainde beveiligingsgarde, onze delegatie ervan te overtuigen dat ieder deel in Afghanistan onveilig is. We zaten eerst met grote ogen en oren naar hem te luisteren. Hij probeerde zo’n macht uit te oefenen op ons om maar een doel te bereiken: neem een van onze lijfwachten mee en dan ben je veilig!
De Nederlandse nuchterheid, Iraanse uithoudingsvermogen en een vuist vol hersenen zorgde dat ik me niet gek liet maken. Ik dacht: dit verkoopverhaaltje moet je aan iemand anders presenteren, man! Mij krijg je niet, toedeloe!






donderdag 18 september 2008

Afghanistan 2




Mijn koffer is eindelijk aangekomen en ik kan hem op het nippertje mee naar Bamian nemen. Het gevoel dat ik weer schone kleren kan dragen, is overweldigend. Twee dagen lang rondlopen in dezelfde kleren, waar de zon met 38 graden temperatuur de lakens uitdeelt, is niet uit te houden.

Aanvankelijk vroeg ik me af of mijn afkomst, Iraans zijnde, een positieve of negatieve reactie zou oproepen bij de Afghaanse bevolking. Want na de komst van Taliban, vluchten Afghanen massaal naar buitenland, onder andere naar Iran en daar werden ze niet altijd vriendelijk en met openarmen ontvangen. Mijn afschuw van het discriminerende gedrag van sommige van mijn landgenoten leidde in mijn studententijd veelal tot hevige ruzies. Natuurlijk deed niet iedereen aan zulke onmenselijke reacties, maar soms is er een rotte appel genoeg voor het verpesten van een fruitmand.

Ik wordt natuurlijk snel gezien voor een Afghaanse die jaren in Iran heeft gewoond. Mijn geluk is dat ik overal in de wereld, behalve in Scandinavische landen, wordt gezien als een inheemse.
Het kan natuurlijk soms anders lopen. De soldaten op de vlieghaven van Kabul keken me wantrouwend aan toen ze me in een andere taal hoorden praten. Sommigen zeiden er iets van. Maar het lukte me gelukkig snel hun vertrouwen terug te winnen door openhartig te vertellen waar ik vandaan kom en waarom ik in een andere taal (met mijn reisgenoten) spreek.

Het maakt niet veel uit waar je in Midden-Oosten bent. Overal kan het erg thuis voelen. De gezichten, de bergen, velden, bomen, etensgeur, manieren, de vriendelijkheid en gastvrijheid is min of meer hetzelfde. Bamian lijkt ook voor mij op een Iraans stadje geleund tegen de bergen. Kinderen die verlegen naar je zwaaien, vrouwen die je hartelijk opvangen en mannen die je eerst met afstand en respect, maar later vriendelijk en speels behandelen. Ik ben in Bamian en ik voel me gelijk thuis.

woensdag 17 september 2008

Afghanistan 1

Voor de afgelopen drie maanden, sinds ik te horen kreeg dat ik namens Press Now naar Afghanistan ga, stelde iedereen de vraag van: Waarom Afghanistan? En ik vertelde iedere keer dat ik, samen met collega trainer, Froukje Santing, daar een cursus Civil Journalism ga geven aan de jonge journalisten.’ Vervolgens wilde iedereen weten waarom naar zo’n gevaarlijk gebied. In het begin ging ik uitgebreid vertellen over mijn wens om een bijdrage te willen leveren aan de wederopbouw van Afghanistan. Op een gegeven moment hield ik het bij: ‘Iemand moet het wel doen.’ Maar ik luisterde wel naar adviezen, tips en suggesties die ik meekreeg voor deze reis. Mijn eerste bezoek aan Afghanistan.

Aangekomen in Dubai, kom ik er achter dat mijn bagage, die ik keurig had ingeleverd, de vlucht had gemist. Mijn koffer lag nog lekker rustig op schiphol. Nadat ik voor een uur van het kastje naar de muur word gestuurd en een paar formulieren heb ingevuld, belooft de man van Dubai Bagage Service dat hij hoogstpersoonlijk de zorg zal dragen voor het spoedig doorsturen van mijn koffer naar Kabul.

Ook kunt u binnenkort mijn belevenissen in Afghanistan lezen op de website van de krant TROUW:
http://www.trouw.nl/opinie/weblogs/article1858071.ece/Weblog_Nafiss_Nia_uit_Afghanistan.html

vrijdag 5 september 2008

Gelijke behandeling!!!

In Iran wordt iedereen gelijk behandeld!! Ook Vrouwelijke toeristen worden nu streng aangepakt

Onlangs is het 128 vrouwen op het Iraanse vliegveld verboden om te vliegen omdat ze de islamitische kledingsvoorschriften niet hebben nagevolgd. Bovendien hebben op de laatste dagen van augustus minstens 200.000 vrouwen een waarschuwing gekregen of geldboetes afgelegd.

Sinds 2 jaar geleden probeert het Iraanse regime het volk zware beperkingen op te leggen in verband met kledingsvoorschriften. Duizenden meisjes en jongens zijn gearresteerd en allemaal onder de mom van ‘het bevorderen van de maatschappelijke veiligheid’, een mondvolle missie dus.

Hard optreden tegen vrouwen in Iran vanwege de kledingsvoorschriften startte normaalgesproken iedere jaar begin zomer, vanwege de warmte, en eindigde ergens tegen de winter. Maar sinds de komst van de huidige president Ahmadinejad, treedt de zedenpolitie voortdurend hard en gewelddadig op tegen iedere modieuze uiting van vrouwen en jonge mannen. Deze strenge aanpak geldt tegenwoordig niet meer alleen voor de Iraanse inwoners, maar ook voor de Iraanse vrouwen die buiten Iran wonen en voor vakantie naar hun familie gaan.

Nu de vakantiemaanden ten einde zijn en de vakantiegangers massaal huiswaarts gaan, ziet het regime zijn kans schoon zijn statements ten tonele te brengen. Ze jagen de reizigers angst aan en sturen mensen met betraande ogen en kloppend hart naar huis, niet alleen omdat ze hun haar niet goed hebben bedekt, maar omdat deze reizigers ieder jaar met verhalen, ideeën en boodschappen over vrijheid in andere samenlevingen komen die het regime roet in het eten gooien.

Tien jaar geleden deed de voormalige president Khatami zijn best de Iraanse ballingen te stimuleren naar huis te reizen om hierdoor de internationale banden te versoepelen, het verloren vertrouwen van mensen terug te winnen en het zwarte beeld van Iran te doen verdwijnen. Ahmadinejad daarentegen doet er met man en macht alles aan om iedereen de angst aan te jagen en Iran als een kwade en grimmige regio op de kaart te zetten.

De opstandige studenten, kritische journalisten, vrouwenactivisten en de protesterende intellectuelen zijn altijd de vijanden van iedere dictatoriaal regime. Maar de toeristen blijven meestal buiten het vuur. Om international een goed gezicht te laten voorhouden, behandelt elk dictatuur zijn buitenlandse gasten in het algemeen genereus en zachtaardig. Voor Ahmadinejad is het behouden van een redelijk gezicht niet meer van belang. International wordt hij gezien als een arrogante, hoogmoedige en provocante man die alle mensenrechten aan zijn laars lapt. Maar in feite is hij net als de andere vertegenwoordigers van een tiranniek regime bang voor het verliezen van zijn macht. Vooral als de angst voor verlies erg nabij is, doet hij er alles aan om die macht te behouden al is het ten koste van zijn gezicht.

Misschien is de onderdrukking in Iran zijn laatste adem aan het uitblazen, misschien is er nog hoop, misschien komt het binnenkort goed.

maandag 1 september 2008