zondag 28 september 2008

Afghanistan 6

Ik geloof heilig in onbewuste daden. Gisteren hoorde ik van de woordvoerder van de journalistenvereniging in Bamin dat de deelnemers aan mijn cursus het erg bijzonder vonden dat ik geen slok water, geen hap eten of zelfs geen kauwgom heb genuttigd tijdens de workshop en in bijzijn van hen terwijl ik niet aan Ramadan en vasten deed. Ik moet bekennen dat ik er geen moment stil bij was gestaan. Ik deed dat gewoon niet. Natuurlijk wist ik van binnen dat het niet fatsoenlijk is om iets te eten in bijzijn van mensen die vasten, maar het was geen plan. Toch ben ik blij dat mijn onbewustheid vaak mij te hulp schiet.
Ik zal Bamian erg missen. Deze stad heeft mijn hart gestolen. Zijn mensen, zon, bergen, zijn aardappelvelden, zijn stoffige stegen, de verlegen glimlacht van zijn vrouwen, de schittering van hoop in de ogen van zijn kinderen, alles heeft mijn hart gestolen. Iedere ochtend begint mijn dag met een panoramabeeld van lege plaatsen van Boeddhabeelden geleund tegen de prachtige bergen. Het is een onvergetelijk beeld. Het is zo buitengewoon dat ik soms denk dat ik er slechts van droom. Spoedig moet ik afscheid nemen van deze stad. Maar ik weet zeker dat ik terugkom. Vroeg of laat kom ik terug en hopelijk zijn de wegen niet meer stoffig, hoeven de jonge meisjes geen kilometers af te leggen voor een vat water, moeten studenten niet anderhalf uur lopen naar universiteit. Hopelijk is er warmwater iedere dag en hoeven de meeste bewoners hun avond niet in het donker en hooguit onder het schaarse licht van een kaars door te brengen.
Bamian is aan het groeien, maar de veranderingen gebeuren niet op een avond.

woensdag 24 september 2008

Afghanistan 5




Ze zijn blootsvoets en zitten meestal onder een laag stof, maar de snoezigste kinderen zie ik dagelijks in Bamian. Ze kijken je dan met een brede lach en grote bruine ogen aan en willen weten hoe je heet. Dat heb ik ook. Ik wil altijd eerst weten hoe iemand, of een pas geboren baby heet. Het kan me echt niet schelen wat het geslacht van de baby is, maar de naam is heel belangrijk voor me.
‘Hoe heet je?’Vraag ik dan aan een van de meisjes die met mij op de foto willen. ‘Arezou,’antwoordt ze. ‘en je zus?’ Wil ik weten. ‘Ze heet Yalda, maar ze is mijn zus niet. Ze is mijn buurmeisje,’ zegt ze en glimlacht naar het meisje dat naast haar staat, ook op het gekke idee van mij hen als zussen gezien te hebben. Ze wil op haar beurt weten hoe ik heet. Ik zeg mijn naam op. ‘Mooi naam heb je,’zegt ze. ‘Mooie ogen heb jij,’antwoord ik. Haar diep bruine ogen lachen eerder dan haar mond. Ze zit op groep 8 en is de beste van de klas. Ze was bezig blikkenwater naar haar huis te sjouwen toen ik haar tegenkwam. De blikken zijn zwaar en het water dat daaruit pletst is erg koud. Ik kijk naar haar kleine handen en vraag of ik haar kan helpen met sjouwen. Het sjouwen vindt ze niet erg. Onder weg kan ze spelen, met haar vriendinnetjes kletsen en alles en nog wat zien.
De koude wind komt langzaam aanzetten. Ik vraag me af of Arezou het steeds leuk zou vinden het water te sjouwen als straks de grond bekleed wordt met een meter sneeuw!

maandag 22 september 2008

Afghanistan 4


Ik word dagelijks gevraagd of ik getrouwd ben en of ik kinderen heb. Ik wil eerlijk zijn en oprecht, maar moet zeker denken aan de normen en waarden van hier. Dus ik deed bij aankomst een zogenaamde trouwring om (die ik voor vijf euro op AlberCuypmarkt had gekocht) en zei dat ik getrouwd ben. Over kinderen ga ik niet liegen want een moeder die haar kinderen voor twee weken achterlaat is nog erger dan een kinderloze vrouw.

Gisterenavond kwamen de meisjes van mijn cursus op mijn uitnodiging bij mij eten in het hotel waar ik verblijf. Een van de meisjes kon niet mee, dus ze waren er met z’n vieren. Drie van hen zijn in Iran geboren, de vierde had 20 jaar in Iran gewoond. Ik wilde hen beter leren kennen. Het is lastig overdag met mensen af te spreken. Het is ramadan en een leuk gesprek zonder een kopje thee of een schaal fruit lijkt me kleurloos. Daarom maakten we in de avond een afspraak.
Sakineh heeft filosofie gestudeerd in Iran, Maryam Perzische literatuur en Hasibeh geschiedenis. Marziyeh haalde haar middelbare schooldiploma en moest gelijk daarna naar Afghanistan terugkeren. Ieder van hen heeft geruime tijd in Iran gewoond, maar had nooit Iraanse nationaliteit mogen krijgen en daarom geen gelijke rechten als een Iraniër. ‘Overal in de wereld krijg je na zoveel jaar in een land te hebben gewoond, een officiële verblijfsvergunning en vervolgens een paspoort. In Iran geldt deze regel helemaal niet,’ zei Sakineh. ‘ Dat gold alleen voor ons, Afghaanse migranten, want ik kan me niet voorstellen dat het zelfde was voor de andere buitenlanders,’ voegde Hasibeh eraan toe. Alle vier beaamde dat. Ik zei dat ik niet voor niets in een ander land woon. Maar dat verminderde mijn gevoel van opgelatenheid niet.

zondag 21 september 2008

Bamian foto


















Op deze foto's berust copyright



Afghanistan 3




Ik begrijp niet waarom de machthebbers een angstjagend beeld willen neerzetten van Afghanistan. Natuurlijk is in Afghanistan niet overal veilig, maar de Afghanen leven gewoon door zoals mensen in de andere delen van de wereld. Zelfs in het gevaarlijke en onveilige zuiden van Afghanistan, zoals Kandehaar, blijven mensen nog wonen en doorleven. Kandehaar waar de Taliban-aanhangers zich veelal in bevinden, is nummer één gevaarzone in Afghanistan. Ik hoor wel de meest afschuwelijke dingen over deze stad waar Makhmalbaf, Iraanse filmmaker, een prachtige film over maakte, maar het feit dat de stad nog vol mensen is, zegt iets over het beeld dat de wapenhandelaars en opportunisten van Afghanistan schetsen.

In Kabul probeerde een ex-militaire en de huidige directeur van een veiligheidsbedrijf met getrainde beveiligingsgarde, onze delegatie ervan te overtuigen dat ieder deel in Afghanistan onveilig is. We zaten eerst met grote ogen en oren naar hem te luisteren. Hij probeerde zo’n macht uit te oefenen op ons om maar een doel te bereiken: neem een van onze lijfwachten mee en dan ben je veilig!
De Nederlandse nuchterheid, Iraanse uithoudingsvermogen en een vuist vol hersenen zorgde dat ik me niet gek liet maken. Ik dacht: dit verkoopverhaaltje moet je aan iemand anders presenteren, man! Mij krijg je niet, toedeloe!






donderdag 18 september 2008

Afghanistan 2




Mijn koffer is eindelijk aangekomen en ik kan hem op het nippertje mee naar Bamian nemen. Het gevoel dat ik weer schone kleren kan dragen, is overweldigend. Twee dagen lang rondlopen in dezelfde kleren, waar de zon met 38 graden temperatuur de lakens uitdeelt, is niet uit te houden.

Aanvankelijk vroeg ik me af of mijn afkomst, Iraans zijnde, een positieve of negatieve reactie zou oproepen bij de Afghaanse bevolking. Want na de komst van Taliban, vluchten Afghanen massaal naar buitenland, onder andere naar Iran en daar werden ze niet altijd vriendelijk en met openarmen ontvangen. Mijn afschuw van het discriminerende gedrag van sommige van mijn landgenoten leidde in mijn studententijd veelal tot hevige ruzies. Natuurlijk deed niet iedereen aan zulke onmenselijke reacties, maar soms is er een rotte appel genoeg voor het verpesten van een fruitmand.

Ik wordt natuurlijk snel gezien voor een Afghaanse die jaren in Iran heeft gewoond. Mijn geluk is dat ik overal in de wereld, behalve in Scandinavische landen, wordt gezien als een inheemse.
Het kan natuurlijk soms anders lopen. De soldaten op de vlieghaven van Kabul keken me wantrouwend aan toen ze me in een andere taal hoorden praten. Sommigen zeiden er iets van. Maar het lukte me gelukkig snel hun vertrouwen terug te winnen door openhartig te vertellen waar ik vandaan kom en waarom ik in een andere taal (met mijn reisgenoten) spreek.

Het maakt niet veel uit waar je in Midden-Oosten bent. Overal kan het erg thuis voelen. De gezichten, de bergen, velden, bomen, etensgeur, manieren, de vriendelijkheid en gastvrijheid is min of meer hetzelfde. Bamian lijkt ook voor mij op een Iraans stadje geleund tegen de bergen. Kinderen die verlegen naar je zwaaien, vrouwen die je hartelijk opvangen en mannen die je eerst met afstand en respect, maar later vriendelijk en speels behandelen. Ik ben in Bamian en ik voel me gelijk thuis.

woensdag 17 september 2008

Afghanistan 1

Voor de afgelopen drie maanden, sinds ik te horen kreeg dat ik namens Press Now naar Afghanistan ga, stelde iedereen de vraag van: Waarom Afghanistan? En ik vertelde iedere keer dat ik, samen met collega trainer, Froukje Santing, daar een cursus Civil Journalism ga geven aan de jonge journalisten.’ Vervolgens wilde iedereen weten waarom naar zo’n gevaarlijk gebied. In het begin ging ik uitgebreid vertellen over mijn wens om een bijdrage te willen leveren aan de wederopbouw van Afghanistan. Op een gegeven moment hield ik het bij: ‘Iemand moet het wel doen.’ Maar ik luisterde wel naar adviezen, tips en suggesties die ik meekreeg voor deze reis. Mijn eerste bezoek aan Afghanistan.

Aangekomen in Dubai, kom ik er achter dat mijn bagage, die ik keurig had ingeleverd, de vlucht had gemist. Mijn koffer lag nog lekker rustig op schiphol. Nadat ik voor een uur van het kastje naar de muur word gestuurd en een paar formulieren heb ingevuld, belooft de man van Dubai Bagage Service dat hij hoogstpersoonlijk de zorg zal dragen voor het spoedig doorsturen van mijn koffer naar Kabul.

Ook kunt u binnenkort mijn belevenissen in Afghanistan lezen op de website van de krant TROUW:
http://www.trouw.nl/opinie/weblogs/article1858071.ece/Weblog_Nafiss_Nia_uit_Afghanistan.html

vrijdag 5 september 2008

Gelijke behandeling!!!

In Iran wordt iedereen gelijk behandeld!! Ook Vrouwelijke toeristen worden nu streng aangepakt

Onlangs is het 128 vrouwen op het Iraanse vliegveld verboden om te vliegen omdat ze de islamitische kledingsvoorschriften niet hebben nagevolgd. Bovendien hebben op de laatste dagen van augustus minstens 200.000 vrouwen een waarschuwing gekregen of geldboetes afgelegd.

Sinds 2 jaar geleden probeert het Iraanse regime het volk zware beperkingen op te leggen in verband met kledingsvoorschriften. Duizenden meisjes en jongens zijn gearresteerd en allemaal onder de mom van ‘het bevorderen van de maatschappelijke veiligheid’, een mondvolle missie dus.

Hard optreden tegen vrouwen in Iran vanwege de kledingsvoorschriften startte normaalgesproken iedere jaar begin zomer, vanwege de warmte, en eindigde ergens tegen de winter. Maar sinds de komst van de huidige president Ahmadinejad, treedt de zedenpolitie voortdurend hard en gewelddadig op tegen iedere modieuze uiting van vrouwen en jonge mannen. Deze strenge aanpak geldt tegenwoordig niet meer alleen voor de Iraanse inwoners, maar ook voor de Iraanse vrouwen die buiten Iran wonen en voor vakantie naar hun familie gaan.

Nu de vakantiemaanden ten einde zijn en de vakantiegangers massaal huiswaarts gaan, ziet het regime zijn kans schoon zijn statements ten tonele te brengen. Ze jagen de reizigers angst aan en sturen mensen met betraande ogen en kloppend hart naar huis, niet alleen omdat ze hun haar niet goed hebben bedekt, maar omdat deze reizigers ieder jaar met verhalen, ideeën en boodschappen over vrijheid in andere samenlevingen komen die het regime roet in het eten gooien.

Tien jaar geleden deed de voormalige president Khatami zijn best de Iraanse ballingen te stimuleren naar huis te reizen om hierdoor de internationale banden te versoepelen, het verloren vertrouwen van mensen terug te winnen en het zwarte beeld van Iran te doen verdwijnen. Ahmadinejad daarentegen doet er met man en macht alles aan om iedereen de angst aan te jagen en Iran als een kwade en grimmige regio op de kaart te zetten.

De opstandige studenten, kritische journalisten, vrouwenactivisten en de protesterende intellectuelen zijn altijd de vijanden van iedere dictatoriaal regime. Maar de toeristen blijven meestal buiten het vuur. Om international een goed gezicht te laten voorhouden, behandelt elk dictatuur zijn buitenlandse gasten in het algemeen genereus en zachtaardig. Voor Ahmadinejad is het behouden van een redelijk gezicht niet meer van belang. International wordt hij gezien als een arrogante, hoogmoedige en provocante man die alle mensenrechten aan zijn laars lapt. Maar in feite is hij net als de andere vertegenwoordigers van een tiranniek regime bang voor het verliezen van zijn macht. Vooral als de angst voor verlies erg nabij is, doet hij er alles aan om die macht te behouden al is het ten koste van zijn gezicht.

Misschien is de onderdrukking in Iran zijn laatste adem aan het uitblazen, misschien is er nog hoop, misschien komt het binnenkort goed.

maandag 1 september 2008

zaterdag 12 juli 2008

Paris

Waarom is deze stad zo favoriet. Waarom is ieder stuk, ieder deel, ieder hoek van deze stad zo betoverend, zelfs de met vuil beklede buurten van haar volkswijken!

Vorige week bracht ik 6 dagen ik Parijs door. Niet mijn eerste keer, maar wel één van de mooiste. Dat was mijn verjaardagscadeau aan mezelf. En omdat mijn zus meeging en dat was haar eerste bezoek aan Parijs, gingen alle bezienswaardigheden langs, maar wel te voet.
We hebben langs Seine gewandeld (bijna de hele oever), het graf van Sadegh Hedayat, Gholamhossein Saedi, Marcel Proust en zo veel andere bekende doden bezocht in Père Lachaise, de Iraanse pracht en praal bewonderd in Louvre en allerlei stokbrood, Franse kaas en rode wijn geproefd en nog meeeeeeeeer. Het was in een woord: Zalig!

woensdag 4 juni 2008

Van drie dagen geleden

Verkoudheid in de zomer, is iets dat je zelf mee moet maken om te begrijpen hoe het voelt om tussen al die bezwete mensen te moeten bibberen van de kou en naar meer dekens verlangen.
Ik wist dat het warm was, maar ik voelde geen warmte. Wel zo nu en dan mijn eigen hoge temperatuur. Eigenlijk vind ik verkoudenheid niet echt vreselijk behalve de eerste twee dagen met een open wond in je keel of hoe het je dan zou willen noemen.
Toegeven dat je ziek bent, is best hard. Ik weet dat ik een tante ben, maar heb ook blijkbaar mijn grenzen. Pas gisteren toegegeven aan mezelf dat ik ziek ben en het beste is om uit te rusten. Ik had goede voornemens, in bed blijven liggen met een heerlijke detectiveroman, thee met honing en verse jus d’orange drinken. Kippensoep eten en me laten verwennen door mijn naasten. Slapen, tussendoor pijnstillers tegen hoofdpijn en zuigtabletten tegen zere keel nemen en me omringen met dozen tissue. Heerlijk! Wat wil een mens nog meer?
Helaas, ik ben mijn beloftes niet nagekomen, heb gewerkt en wel mijn dead line gehaald. Maar beter ben ik beslist niet geworden.
Ik geef het op. Niet meer stoer doen. Daarvoor heb ik trouwens geen kracht meer. Ik heb nauwelijks fut om deze woorden neer te zetten, maar ik moet het doen. Okay! Ik ben nu ziek als een hond, (arme hond!!) en vind het zelfs niet erg om naar Armies wives, Ugly Betti en iedere andere onzin te gaan kijken.

Van drie dagen geleden

Verkoudheid in de zomer, is iets dat je zelf mee moet maken om te begrijpen hoe het voelt om tussen al die bezwete mensen te moeten bibberen van de kou en naar meer dekens verlangen.
Ik wist dat het warm was, maar ik voelde geen warmte. Wel zo nu en dan mijn eigen hoge temperatuur. Eigenlijk vind ik verkoudenheid niet echt vreselijk behalve de eerste twee dagen met een open wond in je keel of hoe het je dan zou willen noemen.
Toegeven dat je ziek bent, is best hard. Ik weet dat ik een tante ben, maar heb ook blijkbaar mijn grenzen. Pas gisteren toegegeven aan mezelf dat ik ziek ben en het beste is om uit te rusten. Ik had goede voornemens, in bed blijven liggen met een heerlijke detectiveroman, thee met honing en verse jus d’orange drinken. Kippensoep eten en me laten verwennen door mijn naasten. Slapen, tussendoor pijnstillers tegen hoofdpijn en zuigtabletten tegen zere keel nemen en me omringen met dozen tissue. Heerlijk! Wat wil een mens nog meer?
Helaas, ik ben mijn beloftes niet nagekomen, heb gewerkt en wel mijn dead line gehaald. Maar beter ben ik beslist niet geworden.
Ik geef het op. Niet meer stoer doen. Daarvoor heb ik trouwens geen kracht meer. Ik heb nauwelijks fut om deze woorden neer te zetten, maar ik moet het doen. Okay! Ik ben nu ziek als een hond, (arme hond!!) en vind het zelfs niet erg om naar Armies wives, Ugly Betti en iedere andere onzin te gaan kijken.

dinsdag 27 mei 2008

Boekfabriek in Lichtfabriek

Zondagmiddag jl. was ik uitgenodigd voor de bundelpresentatie ‘Op het leven…! Van een hartstochtelijke dichter Rose Rodrigues Pereira in de Lichtfabriek in Haarlem. Een prachtige locatie voor de performing poëzie. De bundel is uitgegeven door de uitgeverij de Boekfabriek. Volgens mij is het niet toevallig dat de uitgever van de boekfabriek, de presentatie in de lichtfabriek hield. Sinds zondag heeft het woord fabriek een andere lading voor mij. Het koude, afstandelijke en harde woord van vroeger geeft mij nu een warm gevoel, een fijn gevoel over de integriteit van mensen die nog in de magie van het woord geloven.
Het was een mooie middag. Voor mij is iedere dag, die met poëzie begint of eindigt, in ieder geval mooi. En als de poëzie in combinatie is met het weerzien van vrienden die van poëzie houden, is de waarde van een zodanige dag onbepaald.

Hierbij een gedicht van Rose die me is bijgebleven:

Terwijl ik speel
tasten mijn vingers
trillend naar de
juiste klanken.
Eenmaal gevormd,
drijven zij het
universum in voor
eeuwig.
Over duizend jaar
kan iemand de
klanken vangen
die jij
aan mijn ziel ontlokt hebt.

dinsdag 20 mei 2008

Ik ben mijn vijand

Druk druk druk. Dit woord vind ik niet leuk meer. Ieder werk behalve schrijven voelt zo zwaar en onaangenaam op mijn schouders. Ik verlang naar de tijd dat ik alleen kan schrijven zonder al die onbenullige klusjes.
De laatste tijd ben ik vaak boos en de boosheid verspreidt zich behoorlijk door mijn tijd en leven. Ik heb nog niet de één afgehandeld, voor de volgende zich onder mijn huid schuilt. Alsof de boosheid zijn keten met zich meesleept. De keten van veel kleine en grote irritaties en frustraties. Hoe meer ik geïrriteerd raak, hoe vaker ik me onder het puin van verschillende lagen van de vervelende klusjes verstop en mezelf zogenaamd bescherm. Helaas houdt dit schild niet lang staande. Helaas.
Ik erger me dat ik al een tijdje een slang in de mouw bewaar i.p.v. een vriend. Ik erger me dat mijn rij-instructeur me gemakkelijk heeft belazerd met een garantiepakket van één jaar. In dat jaar heeft ie de afspraken om de week afgezegd vanwege de ziekte of de harde wind of een ingeslagen raam of een overleden familielid, iedere keer een andere excuus en ik had niet in de gaten dat hij wacht tot het contract verloopt zodat hij extra geld kan verdienen. Ik ben razend.
Ik erger me dat ik weinig tijd kan besteden aan mijn boek, dat ik voor alles en iedereen tijd maak behalve voor mezelf, dat ik steeds vergeet prioriteit te geven aan wat me het meest dierbaar is.
Ja ik ben razend, maar vooral op mezelf.
Het is gemakkelijk de schuld aan iemand anders te geven of blind te zijn voor je eigen tekortkoming. Maar ik geef toe; ik ben mijn eigen vijand en ik heb het gehad.

dinsdag 1 april 2008

De eerste liefde

De week van de poëzie



In het kader van De week van de poëzie start om 20.00 uur in het Theater van ’t Woord een poëzieavond in samenwerking met de Poëzieclub. Het programma bestaat uit optredens van Maria Barnas, Mark Boog, Anneke Claus, Daniël Dee, Hélène Gelèns, Erik Menkveld, Bart Moeyaert, Nafiss Nia, Elly de Waard, en wordt afgewisseld met muziek van Habiba en de band Paulusma. Tijdens de avond zal de speciale bundel over het thema, met bestaande én nieuwe gedichten, worden gepresenteerd (samenstelling: Marjoleine de Vos). Reserveren voor ‘De eerste liefde’ kan via klantenservice@oba.nl of telefonisch (009) 2425468.



Thema vierde week van de poëzie, zaterdag 5 t/m vrijdag 11 april 2008: ‘De eerste liefde’

Van zaterdag 5 tot en met vrijdag 11 april 2008 is het voor de vierde keer De week van de poëzie in Nederland! De week heeft dit jaar als thema ‘De eerste liefde’. De activiteiten rond de VSB Poëzieprijs vormen een belangrijk onderdeel van De week van de poëzie.

De week van de poëzie
Het thema van deze vierde Week van de poëzie is ‘De eerste liefde’. Er is, ook in de literatuur, nauwelijks een universeler thema te vinden dan dat van de eerste liefde, in al haar vormen en in al haar gevolgen. Weinig thema’s zijn zo bepalend voor de kernthematiek van veel dichterlijke en verhalende oeuvres. Of het nu gaat om de poëzie van J.H. Leopold, Vestdijks ‘Terug tot Ina Damman’, of de zonet uitgekomen roman van Doeschka Meijsing, ‘Over de liefde’.

Officiële opening
De week van de poëzie start op zaterdag 5 april om 17.00 uur met twee programma’s: de officiële opening i.s.m. de Openbare Bibliotheek Amsterdam (OBA) en het poëzieprogramma ‘De eerste liefde’ i.s.m. de Poëzieclub. Dichter Ruben van Gogh verzorgt in de nieuwe Centrale Bibliotheek op het Oosterdokseiland in Amsterdam in ’t Theater van het Woord op de zevende etage een speciale editie van het Open Podium. De dichters J.C. Aachende, Mirjam Al, Joop Scholten, Merik van der Torren, Paul Roelofsen, Jeanne Wesselius, Jos Zuijderwijk en John Zwart laten werk horen rond het thema ‘De eerste liefde’. De aftrap wordt gedaan door Tweede Kamervoorzitter Gerdi Verbeet. Ter afsluiting van het Open Podium leest Van Gogh een eigen gedicht op het thema voor. Dit gedicht krijgen alle bezoekers van de bibliotheek gedurende deze week als ansichtkaart cadeau.
De week van de poëzie wordt geopend door Hans van Velzen, directeur van de Openbare Bibliotheek Amsterdam, en Arie van der Zwan, voorzitter Stichting De week van de poëzie. De opening is publiek toegankelijk en vrij van entree.

Avondvullend poëzieprogramma: De eerste liefde
In het kader van De week van de poëzie start om 20.00 uur in het Theater van ’t Woord een poëzieavond in samenwerking met de Poëzieclub. Het programma bestaat uit optredens van Maria Barnas, Mark Boog, Anneke Claus, Daniël Dee, Hélène Gelèns, Erik Menkveld, Bart Moeyaert, Nafiss Nia, Elly de Waard, en wordt afgewisseld met muziek van Habiba en de band Paulusma. Tijdens de avond zal de speciale bundel over het thema, met bestaande én nieuwe gedichten, worden gepresenteerd (samenstelling: Marjoleine de Vos). Reserveren voor ‘De eerste liefde’ kan via klantenservice@oba.nl of telefonisch (009) 2425468.

zondag 16 maart 2008

zaterdag 16 februari 2008

"Hope" is the thing

Soms uit goede motivaties en met de beste intenties, onderneem je iets die je later alles behalve voldoening oplevert. Je hebt geen spijt, maar je twijfelt aan deze beslissing. Een beslissing die je met de beste bedoelingen hebt genomen. Je weet je geen raad mee. Niemand kan/wil jou helpen. (dat is wat je tenminste denkt!!) En je vindingrijke oplossingen stuiten steeds tegen een stevige muur. Wat nu? Hoe verder? En de grotere vraag is: heb je het destijds eigenlijk goed gedaan? Was het verstandig iemands leven ondersteboven te halen omdat je diegene op afstand niet meer kon helpen? Omdat je je machteloos voelde tegenover zijn verdriet en ondergang? Lukt het nu om alle scherven op te ruimen? Wat als niets werkt? Kan je het nog redden?
Ik heb alleen een houvast en dat is Hopen.

"Hope" is the thing with feathers
That perches in the soul
And sings the tune without the words
And never stops -at all-

And sweetest -in the Gale - is heard -
And sore must be the storm
That could abash the little Bird
That kept so many warm

I've heard it in the chillest land
And on the strangest Sea
Yet, never, in Extremity,
It asked a crumb of Me.

by Emily Dickinson

maandag 21 januari 2008

Welke?

Een keuze maken, de juiste weg kiezen, voor de beste oplossing gaan! En en en …

Ik sta voor een dilemma. De dagelijkse beslommeringen maken dat ik nu op de kruising van het leven sta met verschillende richting om me heen. Sommige van die richtingen komen uiteindelijk bij elkaar, al lijkt het nu niet zo en de anderen zouden me juist mee kunnen nemen naar een ander domein. Ik wil het wel en ik wil het niet. Op een moment vastberaden en op het volgende moment onzeker.

Slapeloze nachten
In gepeins verzonken

Als ik het weet, laat ik jou ook weten.