dinsdag 19 februari 2013

Judith Herzberg en ik



Mooi, vakkundig en blijvend. Zo is de poëzie van Judith Herzberg. Ik heb in het Nederlands gaan dichten door het lezen van haar gedichten. 

Hier twee voorbeelden:

Ziekenbezoek

Mijn vader had een lang uur zitten zwijgen bij mijn bed.
Toen hij zijn hoed had opgezet
zei ik, nou, dit gesprek
is makkelijk te resumeren.
Nee, zei hij, nee toch niet,
je moet het maar eens proberen.



Afwasmachine
                                       Aan mijn bestek

Adieu messen en vorken, ik was jullie nooit meer af.
Het is uit tussen ons. Geen toegewijd leuteren meer
tussen zachte doeken, ik stop jullie als lastige kindertjes                              
in een crèche, ik ben blij dat ik jullie heb,
o, ik zou jullie niet willen missen! maar nooit
meer zullen jullie als bekenden door mijn handen gaan.
Handenbindertjes! voortaan zijn jullie vaat.
Hoor eens, we moeten redelijk zijn, het gaat niet aan
die conversatie na het ontbijt, hoe was de pap,
maakte het ei erg vlekkerig, is er niet al te hard
op gebeten en was de rabarber verfrissend?

En het douwderideine lepeltje mijn deukje mijn
klein fijn mongooltje, moet jij ook door de molen?

O grote opscheplepel worden je kinderen nu voortaan                                                  
zonder aanzien des persoons door het water geslagen?                                                  

We moeten niet kinderachtig zijn. Warme sopjes
hebben hun tijd gehad. De wereld eist ons op
voor gewichtiger zaken. Mijn persoonlijkheid
bijvoorbeeld, moet nog ontplooid. Dat
kan natuurlijk niet met jullie, of met de kopjes.


(Uit: Beemdgras)

Geen opmerkingen: