woensdag 8 september 2010

Zorg dat ze niet komen

Als ze komen, komen ze samen. Geen één die wegblijft. Verwonderd ben ik iedere keer door hun saamhorigheid en ik wou dat ik dat had, met mezelf en met anderen. Ze komen af en toe één voor één maar uiteindelijk komen ze allemaal en klampen ze zich gezamenlijk vast aan je vreugde alsof ze dat van tevoren hadden afgesproken, alsof de één verloren gaat zonder de ander, alsof hun identiteit slechts voort bestaat in hun samenzijn en hun samenzijn vormt de eenheid, hun geluk. We zijn bang voor deze eenheid, voor hun vreugde en voor hun geluk dat ons alleen windeieren legt. Ze beroven ons van het geluk en de vreugde, langzaam en zachtjes alsof dat zo voorbestemd is.

Ze komen samen en ze gaan weer samen weg. Dat is goed nieuws. Alleen weet je nooit wanneer dat gebeurt. Bij Van Gogh bleven ze lang tot zijn dood en toen ze weggingen was het voor hem te laat wel voor velen juist tijdig.
Er is niemand en ik wed mijn leven erop dat er werkelijk niemand is die geen bezoek van hen heeft gehad. Ze bezoeken graag onze wereld, ze mogen mensen, de één misschien, nee zeker, meer dan de ander, maar ze zijn trouwe bezoekers. Je kan jaren lang alleen zijn, zonder vrienden, kennissen, zonder contact met je familie, maar een bezoek van hen staat zondermeer op de agenda. Je kan ook veel  vrienden en kennissen hebben en een goed contact met je familie, toch komen ze langs bij je, onverwacht, zonder aan te kloppen. Trouw aan hun plicht, gepassioneerd door hun levenstaak. Ze houden er niet van als je hun bezoek niet voelt, omdat het licht aan staat. Dan komen ze uit een andere hoek en ze slaan keihard terug zodat je hen wel kan voelen. Wellicht blijven ze weg wanneer je goed beschermd bent, wanneer iemand, al onzichtbaar, achter je staat en af en toe een hand tegen je schouder houdt.  

En als die hand er niet meer is, stompen ze harder. Hun genot heviger. Ik heb ze op bezoek nu en ik mis die hand op mijn schouder, al onzichtbaar.   

Geen opmerkingen: